Waardering voor personeel krijgt een prijskaartje
AlgemeenDe overheid wil jaarlijks 123 miljoen euro besparen door de belastingvrije personeelskorting af te schaffen. Een maatregel die op papier misschien een bezuiniging lijkt, maar in de praktijk vooral extra administratieve rompslomp en nieuwe discussies tussen werkgevers en werknemers dreigt op te leveren. De retailsector is dan ook bepaald niet enthousiast. Juist in een branche waar de marges onder druk staan en de lonen relatief laag zijn, is de korting een gewaardeerde arbeidsvoorwaarde.
Werknemers die kleding, boeken of speelgoed kopen bij hun eigen werkgever, kunnen daar nu nog belastingvrij korting op krijgen. De regeling staat een jaarlijkse korting van maximaal 500 euro toe, mits deze niet hoger is dan 20 procent van de oorspronkelijke verkoopprijs. Als het aan het kabinet ligt, verdwijnt deze mogelijkheid per 1 januari 2027. Het voorstel maakt deel uit van het Belastingplan 2027, waarover de Tweede Kamer later dit jaar nog moet besluiten.
Bezuinigen op waardering
Volgens Linda Vermeulen van vakbond FNV is de regeling juist voor winkelpersoneel van betekenis. “In de retail liggen de lonen vaak relatief laag en zijn extra arbeidsvoorwaarden niet vanzelfsprekend. De personeelskorting is daarmee meer dan een voordeeltje bij de kassa: het is ook een manier waarop werkgevers hun waardering laten blijken.”
InRetail, de brancheorganisatie voor de retailsector, noemt de voorgenomen afschaffing een ‘farce’. Paul te Grotenhuis wijst erop dat werkgevers de korting niet zomaar kunnen schrappen. “In verschillende branches, waaronder retail, horeca, cultuur en de reisbranche, is de regeling namelijk vastgelegd in cao’s. Dat betekent dat werkgevers opnieuw met de arbeidsvoorwaarden aan de slag moeten.”
Minder korting, meer administratie?
Een alternatief is de korting te verrekenen met het loon. Ook kunnen werkgevers proberen de regeling onder te brengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Uit datzelfde budget worden echter ook zaken als kerstpakketten, personeelsfeesten en fietsregelingen betaald. Die vrije ruimte is bij veel bedrijven al grotendeels benut. Overschrijdt een werkgever de beschikbare ruimte, dan kan over het meerdere een eindheffing van 80 procent verschuldigd zijn. Hoewel de vrije ruimte wordt verruimd, is dat volgens de sector onvoldoende om de maximale personeelskorting op te vangen. De ironie is dat een maatregel die de schatkist geld moet opleveren, werkgevers juist op extra kosten kan jagen. Bovendien dreigt meer administratief werk. Terwijl het kabinet geregeld belooft de regeldruk voor ondernemers te verminderen, verwacht InRetail juist meer discussies met de Belastingdienst.
Het potje is niet bodemloos
De gedachte dat werkgevers de korting eenvoudig kunnen vervangen door een kerstpakket of een teamuitje, vindt Te Grotenhuis te gemakkelijk. “Het budget daarvoor is beperkt en moet al over verschillende personeelsvoorzieningen worden verdeeld. Vooral parttimers kunnen de gevolgen merken. Zij werken veel in de retail en andere sectoren waar de personeelskorting een relatief aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde vormt. Het verlies ervan kan het werkgevers minder gemakkelijk maken personeel aan te trekken en te behouden.”
De bezuiniging levert het kabinet mogelijk inkomsten op, maar de rekening komt daarmee niet uitsluitend bij de werkgever terecht. Ook werknemers leveren in. En ondernemers krijgen er mogelijk iets voor terug wat ze niet hadden aangevraagd: extra administratie, ingewikkelder cao-afspraken en een nieuwe fiscale puzzel. Efficiënter wordt het er voorlopig niet van.