
Algemeen directeur IBM Nederland Harry van Dorenmalen:‘Ik leer veel van lokale processen’
AlgemeenAls algemeen directeur van IBM Nederland voert hij regelmatig overleg met collega-directeuren ‘all over the world’, ministers, topambtenaren of Europees commissaris Neelie Kroes. En juist deze Harry van Dorenmalen ontving dit jaar de Almeerse Bonifatiusspeld. Een superlokale onderscheiding.
“Die Bonifatiusspeld geeft mij geen persoonlijke erkenning”, zegt Van Dorenmalen. “Ik zie die speld vooral als waardering naar de Almeerse organisaties waarbij ik betrokken ben. “
Van Dorenmalen is bij de Economic Development Board Almere, dat moet zorgen voor honderden banen in Almere, trekker van het cluster ICT en Media. Ook is hij al jaren voorzitter van de Raad van Toezicht van Almere City Marketing (ACM). Voor een druk bezet man als Van Dorenmalen moeten die functies toch lastig te agenderen zijn. “Dat is waar, maar het is gewoon leuk om te doen”, verklaart Van Dorenmalen deze lokale functies. “Ik ben ooit door de burgemeester gevraagd om dat te gaan doen. Tja, en als Annemarie belt zeg je geen ‘nee’. “
Op het toneel van de internationale zakenwereld is de expertise van Van Dorenmalen van grote waarde. “Ik kan ze helpen. Niet alleen door name-dropping, maar ook door mijn ervaring met het business-gedeelte. Ik weet waar organisaties behoefte aan hebben. En mijn netwerk kan ook van pas komen. Maar andersom helpen die lokale organisaties mij ook in mijn ontwikkeling. Bij ACM en EDBA leer ik bijvoorbeeld veel over de werking van lokale processen. Dat is een belangrijke factor: het fundament van elke organisatie, lokaal of internationaal, ligt immer op gemeentelijk niveau. Vanuit de lokale ervaring die ik nu op doe kan ik de hele cyclus overzien. Ik weet bijvoorbeeld waarom de komst van een centrum voor de opslag van Big Data voor de stad Almere belangrijk is en welke regelgeving daarbij hoort. Via mijn werk weet ik dat Neelie Kroes in haar beleid erg inzet op de bereikbaarheid van open data zodat het voor tal van doeleinden gebruikt kan worden. Dat zorgt voor nieuwe business. Die ‘big data moeten wel ergens opgeslagen worden. Dat belang is er dus ook. Natuurlijk laat ik in dergelijke overleggen Almere Data Capital wel vallen. Daar is niets mis mee.”
Dat betekent weer niet dat op dat niveau dan ook direct besloten wordt dat Almere dat hoofdstad van de ‘big data’ wordt in Nederland. “Nee, dat gebeurde misschien twintig jaar geleden toen je echt nog de ‘old boys networks’ had. Nu wordt er veel ‘transparanter gewerkt. Meer ‘fact based’: feiten in plaats van emoties. Almere kan zichzelf wel in de kijker plaatsen door op lokaal niveau met projecten te komen die op die behoefte van ‘big data’ inspeelt. Zo is ‘digitaal onderwijs’ momenteel een hot item. Hoeveel scholen in Almere zouden kunnen meedoen aan een project op dat gebied? Een dergeljk experiment kan je als stad op de kaart zetten. Dat kan het verschil maken. Almere is zich daar ook wel van bewust. Niet voor niets is vorig jaar de Smart Society opgericht: een proeftuin waar grote bedrijven nieuwe toepassingen kunnen uitproberen. Als zoiets slaagt heb je lokaal meer invloed en macht dan je denkt.”