(Foto: Adobe Stock)
(Foto: Adobe Stock) GoshaMovies - stock.adobe.com

Prominente rol voor ondernemers in nieuw participatiebeleid

Algemeen

Ondernemers krijgen een duidelijke en structurele plek in het nieuwe participatiebeleid van de gemeente. In de Nota Participatiebeleid 2025–2032 schetst de gemeente hoe inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven voortaan eerder en intensiever worden betrokken bij plannen, projecten en beleid. Het doel: betere besluiten, meer draagvlak en snellere realisatie van initiatieven. Er is veel enthousiasme over het plan, zowel bij bewoners als gemeentebestuur, wel vragen verschillende fracties in de raad zich af op welke manier nieuwkomers en jongeren goed kunnen worden bereikt om mee te praten. 

Door Fiona Mirea

Almere heeft tot 1 januari 2027 de tijd om de huidige inspraakverordening te vervangen door een participatieverordening. Met deze nota legt de gemeente alvast de basis voor die wettelijke verplichting en speelt zij in op de groeiende uitdagingen van de stad, zoals de toenemende druk op fysieke ruimte voor woningen, winkels, bedrijvigheid en natuur. Onder het motto ‘Samen maken we de stad’ krijgen bedrijven een structurele en prominente plek in dit proces.

Ondernemers als onmisbare partners

In deze visie van de gemeente is participatie geen doel op zich, maar een belangrijk instrument om de interactie tussen overheid en maatschappij vorm te geven. Ondernemers worden daarbij expliciet genoemd als gelijkwaardige partners naast inwoners en maatschappelijke organisaties. Door hen al in een vroeg stadium te betrekken bij besluitvorming over projecten en nieuw beleid, wil de gemeente profiteren van hun praktijkkennis, creativiteit en innovatiekracht.

De gedachte hierachter is dat plannen die in samenwerking met het bedrijfsleven tot stand komen, vaak realistischer zijn en beter aansluiten bij de behoeften van de stad. Vroege betrokkenheid helpt ook om mogelijke knelpunten tijdig te signaleren, waardoor processen soepeler zullen verlopen en de kans op bezwaar- en beroepsprocedures afneemt.

De gemeente maakt dan per onderwerp vooraf duidelijk hoeveel invloed inwoners of ondernemers daadwerkelijk hebben: van het voeren van gesprekken en het geven van advies tot, in sommige gevallen, ook echt meebeslissen. Door die verwachtingen vooraf duidelijk te maken, wil Almere voorkomen dat participatie vrijblijvend voelt of tot misverstanden over de rol van inwoners en ondernemers leidt.

De ondernemer als initiatiefnemer

Een belangrijk onderdeel van het nieuwe beleid is de rol van de ondernemer als initiatiefnemer, met name bij aanvragen voor een omgevingsvergunning. Wie plannen heeft voor bijvoorbeeld nieuwbouw, uitbreiding van bedrijfspanden of een ontwikkeling die afwijkt van het omgevingsplan, is voortaan zelf verantwoordelijk voor het organiseren van participatie met de omgeving, nog voordat de vergunning wordt aangevraagd.

De gemeente hanteert daarbij duidelijke kaders:

- Verplichte participatie: wanneer een plan niet past binnen het omgevingsplan, kan participatie verplicht zijn. De ondernemer moet dan aantonen wie er betrokken zijn en wat de resultaten van dat proces zijn.

- Vrijwillige participatie: ook als participatie niet verplicht is, moedigt de gemeente ondernemers aan om omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij nieuwe plannen. Dit vergroot het draagvlak en verkleint de kans op juridische procedures achteraf.

- Ondersteuning: op aanvraag stelt de gemeente gebiedskennis en relevante contacten beschikbaar om ondernemers te helpen bij het opzetten van een participatietraject.

Het uitgangspunt: wie investeert in een goed gesprek aan de voorkant, vergroot de kans op een soepelere realisatie van plannen.

Duidelijke grenzen bij commercieel belang

Hoewel de gemeente veel ruimte biedt aan initiatieven uit de stad, trekt de nota ook duidelijke grenzen. Dat geldt vooral voor het zogeheten uitdaagrecht, waarmee inwoners taken of voorzieningen van de gemeente kunnen overnemen als zij denken dat beter of goedkoper te kunnen.

Voor commerciële partijen gelden hierbij strikte voorwaarden. Het uitdaagrecht mag niet worden ingezet om concurrentievoordeel te behalen of lopende contracten van andere ondernemers open te breken. Wanneer een commerciële partij toch een voorstel indient, moet het maatschappelijk belang overtuigend worden aangetoond. De intrinsieke motivatie voor de publieke zaak staat daarbij centraal, niet het verdienmodel.

Structurele borging en evaluatie

De betrokkenheid van ondernemers is in het nieuwe beleid geen eenmalige exercitie. Bedrijven worden gezien als vaste stakeholders in de verdere borging van het participatiebeleid. Zo heeft de gemeente de ambitie om eens per twee jaar een participatieconferentie te organiseren, waarbij commerciële partijen samen met onder meer corporaties, bewoners en de ombudsman de werking van het beleid evalueren.

Daarnaast wordt intern geïnvesteerd in scholing van ambtenaren en komt er een adviseur burgerparticipatie die toeziet op de kwaliteit van participatietrajecten.

Met deze integrale aanpak wil Almere een stad blijven van vernieuwing en experiment. “Besluiten worden op hun best gemaakt als zoveel mogelijk belangen in beeld zijn en er een zorgvuldige afweging kan plaatsvinden,” aldus het college.